Media


Avatar

De zon stond goed, er lagen geen bladeren op de rails, dus de treinen reden. Ideaal, om 10 uur zaterdagochtend stonden voor de deuren van Pathe ArenA om Avatar de nieuwe baanbrekende film van James Cameron in IMAX 3D te gaan ‘beleven’. Alles zou anders worden beloofde Cameron ons, men zou gaan spreken van vóór en ná Avatar. Na het lezen van tal van Nederlandse en buitenlandse recensies verloor ik geleidelijk mijn scepsis en begon heimelijk te hopen dat het allemaal wel eens waar kon zijn. Superlatieven tekort: “Triomf voor techniek”, aldus De Volkskrant, “Een filmervaring zoals je die zelden of nooit meemaakt”, sprak Filmtotaal. Zelfs Gawie Keyser, recensent van formaat voor de Groene Amsterdam, wist Avatar met niets te vergelijken. Wie ben ik dan?

Heb ik iets gemist? Had ik een kapotte bril op, of ben ik werkelijk de enige die niet uit zijn stoel schoot van opwinding? Ok, eerlijkheidshalve dien ik te bekennen dat mijn Avatar-beleving ernstig had te lijden onder een fysiologisch mankement. Mijn te kleine blaas bezorgde me na een uur al een enorm klote gevoel en dus zag ik met gekruiste benen uit naar de pauze. Maar die kwam niet...?! Hoe haal je het verdomme in je hoofd om in een film van bijna drie uur geen pauze in te lassen. Tot overmaat van ramp zat ik precies in het midden van de allergrootste IMAX-zaal van Nederland. Ik had me met veel gestunt een weg kunnen banen langs alle opgetrokken knieën, ware het niet dat ik veel te bang was de weg in de zaal niet terug te kunnen vinden. Zitten blijven dus. De vraag “wat vind ik van de film” werd de daarop volgende twee uur voortdurend verdrongen door een intens gevoel van moeten pissen. Alhoewel ik enigszins gefrustreerd ben, zal ik me in alle nuance uitlaten en proberen objectief te blijven.

De productiekosten van Camerons Terminator 2 verbrak de 100 miljoen, Titanic 200 miljoen en nu Avatar de 400 miljoen. Slechts een klein aantal films levert meer dan 400 op. De verwachtingen zijn dus hooggespannen. Hoe zorg je dat er zoveel mogelijk mensen op je film afkomen. Ten eerste zorg je voor een gigantisch propagandaapparaat, dat misschien een kwart van je budget opslokt, maar belangrijker nog, maak een film die de massa aanspreekt, en dat betekent concessies doen in de vorm van clichés.

Avatar is een film geworden die een wereld voorschotelt zoals we die nog nooit hebben gezien. Een idyllisch oerlandschap, waarin flora en fauna via een soort van synapsen met elkaar kunnen communiceren. Energie stroomt en biologische harmonie wordt bewaakt door moederboom Ewya. Aan alles is gedacht ieder detail is vormgegeven. De dierenwereld is overtuigend in beweging en detail, echter zijn sommige beesten evolutionair erg twijfelachtig. Bovendien zijn de dieren niet mooi vormgegeven. Denk aan Lord of the Rings en zie het verschil. Hetzelfde geldt voor de Na’vi. Ondanks dat deze motion capture-figuren met de grootste souplesse bewegen (we lachen nu om het houterige lijf van Jar Jar Binks uit Star Wars) hadden de gezichten ontworpen kunnen zijn door Disney. Ze zijn niet echt geloofwaardig, ondanks hun uitermate realistische mimiek. Hierdoor, vermoed ik, ontbreekt het de kijker aan empathie. Avatar is een visueel pareltje geworden die niet ontroert. Zelfs de grootste veldslag is niet meer dan spektakel. Ondanks de referentie aan een diepgeworteld schuldgevoel over de uitdrijving van Indianen. De film staat bol van de clichés en inderdaad, zoals anderen reeds opmerkten doet de liefde tussen Jack en Neyritiwel erg aan Pocahontas denken, weinig origineel dus.

Ik ben het met Gawie Keyser eens dat Avatar zich niet echt met een andere film laat vergelijken, maar als we dat dan toch proberen, laat het dan Lord of the Rings zijn. Dit epos over goed en kwaad maakte gebruik van de laatste digitale technieken. Desondanks verbleken effecten uit LOTR naast Avatar. Toch weet LOTR je keer op keer te ontroeren. Frodo, mijns inziens één van de meest irritante karakters is uit de filmgeschiedenis, neemt je mee op reis. De dreiging, inspanning de emotie worden meesterlijk op de kijker overgebracht. Hierdoor zal LOTR zeker over 20 jaar ook nog bekeken kunnen worden. Avatar heeft hetzelfde effect willen bereiken, maar leunt te zeer op technisch vernuft.

Over de 3D-techniek zegt Cameron dat hij graag een kader wilde scheppen om film intenser te beleven. Hij heeft willen vermijden dat 3D een gimmick wordt. Een begrijpelijk uitgangspunt voor iemand de houdbaarheid wil conserveren, echter heb ik het gevoel dat de echte 3D zoals ik die van de Pandadroom uit Efteling ken, me wordt onthouden. De trailer van Alice in Wonderland 3D, voorafgaand aan Avatar, toonde een kat die zijn hoofd tot ver achterin de zaal uitstak. In Avatar heb ik deze ervaring niet gehad, jammer. De stille beelden in de film werken het best; prachtige diepgang en een versterkend gevoel van dat je in de film zit. Echter wanneer er veel actie in het spel is, vermoeit 3D de ogen. De actie wordt troebel en het beeld is lastiger te volgen. Ik had meerdere keren de neiging mijn bril af te zetten. Baanbrekend? Ik vind van niet. Cameron zelf beweert vanaf nu alleen nog maar 3D te filmen. Bovendien schijnt een aantal grote regisseurs eveneens de overstap te willen maken. In die zin dus wel baanbrekend.

Voor het grote publiek zal de naam avatar voornamelijk verwijzen naar computerspellen als World of Warcraft en Second Life. Spellen die gespeeld worden met zelfverzonnen 3-dimensionale karakters die je naar eigen inzicht kunt sylen, genaamd avatars. Het woord avatar komt echter oorspronkelijk uit het Sanskriet en betekent volgens Van Dale:

1) in hindoeïstische context vleeswording van een godheid.
2) elk der toestanden die iemand die van partij of mening verandert doorleeft.

Cameron verwijst met zijn film zowel naar de spirituele als naar de game-betekenis.

Jack Sully is een marninier die tijdens een missie in Venezuela vanaf zijn middel verlamd is geraakt en daardoor in een rolstoel zit. Wanneer zijn tweelingbroer, een wetenschapper, komt te overlijden, krijgt Jack die hetzelfde genenpakket heeft, het aanbod om zijn broer te vervangen in het avatar-programma op de planeet Pandora. Het avatar-programma is een wetenschappelijk onderzoek naar de planeet Pandora en haar bewoners: de Na’vi. Iedere deelnemer krijgt een Na’vi-kloon die hem in staat stelt te gedijen onder de Na’vi, want duidelijk: de mens hoort hier niet thuis. Via een capsule wordt het bewustzijn of sterker nog het ‘zijn’ getransporteerd tussen lichaam en kloon. Bewustzijn in het ene lichaam betekent een soort van coma in het andere lichaam. Middels zijn Na’vi-kloon kan Jack lopen en doen wat hij voorheen ook kon. Behalve dat Jack het wetenschappelijk programma dient, spioneert hij, met zijn militaire achtergrond, voor een oorlogszuchtig bedrijf dat een peperduur grondstof wil delven waar toevallig de Na’vi op wonen. Stapsgewijs groeit Jack in zijn overtuiging dat hij aan de verkeerde kant staat. Deze stadia of toestanden (zie Van Dale lemma 2) vallen prachtig samen met het ontwaken van Jack in zijn aardse lichaam. Uiteraard komen de Na’vi erachter dat Jack een afvallige spion is en verstoten hem. Niettemin keert Jack terug als Toruk Macto, de goddelijke voorvader van de Na’vi, zie hier lemma 1. Dat Jack aan het eind van de film de keuze maakt zijn aardse lichaam te verlaten en difintief te incarneren in zijn avatar om zo bij zijn geliefde te kunnen zijn, is narratief begrijpelijk, maar laat zich ook nog op een andere manier intepreteren.

Cameron speelt in Avatar een haarfijn spel tussen reality en virtual reality. Alhoewel de kijker een ogenschijnlijk transparant verhaal krijgt voorgeschoteld, zijn de verwijzingen naar de gamecultuur legio. Bijzonder is dat zowel in de film als op metaniveau in de ontwerpstudio van Cameron de avatars met computers zijn gemaakt. Maar waar deze creaties in onze tijd slechts in games kunnen bestaan stellen avatars in het jaar 2154 (precies 200 jaar na de geboorte van Cameron) volgens Cameron de mens in staat zich fysiek te perfectioneren door te incarneren in een kunstmatig door de techniek (lees computers) gebouwd lichaam. Wat ooit begon als een gamepersonage is nu een wezenlijk karakter. Het leven is een spel geworden en het spel het leven. We spelen met avatars in de realiteit. Het speelveld is verlegt van games naar de realiteit. De scheidslijn tussen werkelijkheid en fictie is volledig opgeheven en daarmee het idee ‘games’. De film eXistenZ van David Cronenberg uit 1999 stelde de vraag over ons ‘zijn’ in de huidige gamecultuur centraal. De protagonisten participeerden in hun eigen lichaam aan een virtuele gamewereld. In Avatar is het precies omgekeerd. Tenzij we Pandora moeten opvatten als een virtuele utopie...

Ik ben een grote fan van de subversieve popcultuur. Ik smul van Lady Gaga die in porno-outfits loopt te roeren in de pot der alledaagsheid. Cameron zelf is eveneens niet vies cultuurkritiek. Maar waar de dreiging tussen mens en machine in Terminator 2 en The Abyss zelfs na 20 jaar nog voelbaar is, komt dezelfde dreiging in Avatar niet verder dan 3D. Jammer, het lijkt erop dat Cameron zijn echte boodschap te veel heeft moeten versieren met clichés om een zo breed mogelijk publiek aan te spreken om zo 400 miljoen terug te verdienen. Naarmate de techniek voortschrijdt zal Avatar steeds meer aan kracht inboeten. Wat overblijft over een jaar of 10 is een film die noch ontroert noch een sterk uitgewerkt verhaal vertelt. Het enige dat rest is hopelijk voor Avatar een eervolle vermelding als film die 3D definitief lanceerde?

Één tip: neem een katheter mee!